Bonkig en groots: brutalistische gebouwen, lang verguisd, nu razend populair
De één vindt het de charme en warmte hebben van een uitvaart, de ander kan er geen genoeg van krijgen. Die laatste groep wordt echter steeds groter, merkt brutalismekenner Teun Meurs op. "De gebouwen doen het ook heel goed op Instagram." Ooit stond het Maupoleum aan de Jodenbreestraat nog bekend als het lelijkste gebouw van de stad. Het brutalistische gebouw, dat eigenlijk het Burgemeester Tellegenhuis heette, werd in 1971 gebouwd en 23 jaar later alweer gesloopt. Weinig Amsterdammers zullen er destijds een traan om hebben gelaten. Uitzondering op de regel was architect Piet Zanstra. Hij vond dat het gebouw met een likje verf nog prima jaren jaren mee zou kunnen. Toch werd het complex in 1994 gesloopt. Als villeine trap na werd vlak vóór de sloop nog een zak witte verf tegen de gevel gegooid. Ruim dertig jaar later staan gebouwen van Zanstra's hand, die in 2003 overleed, op sommige plekken nog vier overeind. "De Europarking is een heel bekend voorbeeld, dat is de parkeergarage waar nu café Waterkant zit", vertelt Teun Meurs. Samen met twee anderen schreef hij Bruut, een atlas van brutalistische architectuur in Nederland. Meurs lacht: "Door de kenmerkende ronde vormen stond het gebouw ook wel bekend als 'de billen van Zanstra'." Maar hoewel de grote gebouwen lange tijd verguisd zijn, merkt Meurs dat de kolossen inmiddels steeds meer gewaardeerd worden. "Ik denk dat mensen inzien dat het een bijzondere bouwstijl is. Dat het eigenlijk grote sculpturen zijn, vermomd als gebouw." Wat ook meespeelt: de gebouwen doen het goed op foto's. Vooral als de zon laag staat en schaduwen het gebouw extra dramatisch maken. "De gebouwen doen het ook heel goed op Instagram”, zegt Meurs Dat blijkt. Accounts gewijd aan het brutalisme hebben veelal honderdduizenden volgers. En daar blijft het niet bij: The Brutalist, een filmepos van krap vier uur, won onlangs nog drie Oscars. En Meurs' boek Bruut is vrijwel uitverkocht. Hoezo herwaardering? Wibautstraat In Amsterdam zijn er door de hele stad voorbeelden van het brutalisme te vinden: in Buitenveldert (het oude kantongerecht en de Thomaskerk), Bos en Lommer (de Sint-Josephkerk) en aan de Overtoom (Autopon). Maar de meeste gebouwen staan tussen het Meester Visserplein en het Amstelstation, aan de Weesper- en Wibautstraat. "Het is de enige autoweg die door de stad loopt", vertelt Meurs. "In het kader van de cityvorming, een opvatting over hoe steden zich zouden moeten ontwikkelen, hebben die straten na de oorlog hun vorm gekregen." Bereikbaarheid en ordentelijkheid stonden centraal in die visie. "Langs die straten vind je veel gebouwen uit de jaren 50 en 60 en een aantal daarvan zijn brutalistische gebouwen." Bekende voorbeelden zijn het Cygnus Gymnasium, de Weesperflat en kantorencomplex Leeuwenburg, waarvan Piet Zanstra één van de architecten is. Eind 2024 werd bekend dat Leeuwenburg van de slooplijst is gehaald en in plaats daarvan grondig gerenoveerd gaat worden. "Ik kan hier eeuwen blijven staan", grijnst Meurs terwijl hij het kantoorgebouw bekijkt. En hij is niet de enige. In 2021 werd Leeuwenburg door NRC genoemd als één van de mooiste brutalistische gebouwen van Nederland - noem het 'de wraak van Zanstra'.
Lees verder